Juffrouw Blom, de digitale taaljuf
Expat-banner
Home  |  Winkelwagen  |  Contact  |  
zoeken
Categorieën
Demo

Woordenboek

Facebook

Informatie
   Juffrouw Blom is overal
   Internationaal onderwijs
   Leren met de computer
   Wat heb ik nodig?
   JB online voor NTC-scholen
   Taalverwaarlozing
   Het expertteam
   Veelgestelde vragen
   Algemene voorwaarden
   Evaluaties
   Demo
   In de pers
   Links
   Copyright Juffrouw Blom
   Neem contact op

 

TIJDELIJK GRATIS TE DOWNLOADEN: JUFFROUW BLOM/MUISWERK WOORDENBOEK 

 
Het gewaardeerde Juffrouw Blom/Muiswerk Woordenboek is sinds deze maand ook als ‘app’ beschikbaar. De app staat voor u klaar in de App Store en in Android Market. Het woordenboek is beschikbaar op de drie Apple-apparaten (iPhone, iPad en iPod) en op 741 verschillende Android-apparaten. De app is tijdelijk gratis te downloaden.
Het woordenboek bevat ruim 40.000 veelgebruikte woorden uit de Nederlandse taal. Van de meer dan 12.000 basiswoorden worden de verschillende betekenissen gegeven en per betekenis worden voorbeelden van het gebruik, synoniemen en tegenstellingen aangegeven. Meer dan 1.000 woorden zijn voorzien van een plaatje om de betekenis te ondersteunen. Uniek aan dit woordenboek is dat het ieder basiswoord uitgebreid en leesbaar omschrijft: woordsoort, uitspraak, alle betekenissen, voorbeelden, uitdrukkingen, vervoegingen en verbuigingen. Het neemt de tijd en de ruimte voor ieder woord en is daarmee een ideale app voor in de klas en thuis.
Ga naar uw App Store of Android Market en zoek het Muiswerk Woordenboek direct op! Klik hier voor iOS. Klik hier voor Android.
Veel plezier ermee en tot volgend jaar!
Annelies, Coby en Ellen Blom
JuffrouwBlom.com
Update:We horen dat sommige moderne Androidtoestellen het woordenboek niet kunnen installeren, terwijl dit wel zou moeten. We weten inmiddels dat het probleem in de Android Market zit. Veel meer apps hebben deze problemen. De melding dat je telefoon niet compatible zou zijn komt niet uit je telefoon maar OOK uit de Android Market en ... die maakt fouten. Voor iedereen die hem niet kan vinden in de Android Market en WEL een modern Androidtoestel heeft, geldt: gebruik de volgende link voor de download, dat zou moeten werken:  http://www.muiswerk.nl/downdemo/woordenboek1.apk
 

 

 

Terug naar het vertrouwde leven in Nederland

Gepubliceerd op : 31 mei 2012 - 8:00 am | door 
Ellen Blom (Beeld: RNW)

Het is half elf 's avonds als ik aan dit stukje begin. Om kwart over zes was ik thuis uit mijn werk en maakte ik een zuurkoolschotel voor mijn drie zonen en mijzelf. Daarna stopte ik een wasje in de droger, hielp ik mijn oudste met zijn spreekbeurt en regelde het verjaarsfeestje van de middelste. Voor de expatvrouwen in Azië onder u: dat deed ik allemaal zelf.

Tot een half jaar geleden woonden we in Hong Kong en zag mijn leven er heel anders uit. Ik stond op, maakte mijn zonen wakker en terwijl de hulp de lunchtrommels vulde, genoten wij van het gezamenlijke ontbijt. Vervolgens bracht ik de jongens naar de schoolbus en ging ik aan de slag voor JuffrouwBlom.com; het bedrijf dat ik vanuit Hong Kong heb opgericht samen met een Nederlandse partner.

Tegen de tijd dat het tien uur was, was onze hulp Gemma al langsgekomen om te vragen was ik wilde eten. Dan bladerden we door een van de Engelstalige kookboeken, wees ik iets aan en ging ze boodschappen doen. Daarna werkte ik door tot aan de lunch, dan zat mijn dag erop. Tijd voor leuke dingen: vriendinnen, massages, winkelen. Plannen hoefde nauwelijks. Er was toch altijd iemand thuis bij de kinderen.

Onechte wereld

Een leven waar de meeste mensen alleen maar van kunnen dromen, zou je zeggen. Voor een deel was dat ook zo. Aan de andere kant ben ik nu gelukkiger dan toen. Ik had weliswaar leuk werk, maar ik miste de gezelligheid en inspiratie die 'echte' collega's je geven. Ik had wel collega's, maar die sliepen als ik bezig was. Als ik ze sprak, was dat via Skype of via e-mail en dat is toch anders.

In mijn rustige leven was ook meer dan voldoende tijd om te piekeren. Ik ben nog nooit zo vaak bij een dokter geweest als toen en ik ging dingen doen die ik nu doodzonde van mijn tijd vind. Eindeloos Twitteren, Facebooken en Wordfeuden, bijvoorbeeld. Ik sloot me aan bij een boekenclub en vlak voor we terugkeerden verloor ik mezelf een korte periode in het maken van kettingen en armbanden.

Ik denk dat het anders was geweest wanneer ik een 'echte' baan had gehad, met Chinese of op zijn minst internationale collega's. Het leven dat ik leidde, speelde zich grotendeels af in een onechte wereld, ver weg van het echte, Chinese leven. Als ik in de auto op de radio naar het lokale nieuws luisterde, realiseerde ik me ineens hoe weinig ik deel uitmaakte van de maatschappij.

Vijfde versnelling
Toen we afgelopen zomer naar Amsterdam terugkeerden sloeg de schrik me ineens om het hart. Kon ik het nog wel, leven in de vijfde versnelling? Ons derde kind was in Hong Kong geboren en was nog geen twee; een leeftijd waarop een extra paar handen (die van Gemma) geen overbodige luxe is. En zouden de andere twee wel te 'herprogrammeren' zijn tot behulpzame, zelfredzame jongens van acht en tien?

We kwamen terug in ons oude, vertrouwde huis. Omdat daar nooit een inwonende hulp was geweest, miste ik die ook niet. We hadden een mevrouw die iedere week een ochtend kwam poetsen. Net als vroeger bleek dat meer dan genoeg te zijn als je de lat qua reinheid niet al te hoog legt. De kinderen in de straat waren inmiddels tieners die graag wilden oppassen en de oudste twee konden nu zelf op de fiets naar school.

Een paar jaar niet koken bleek genoeg om weer een klein beetje zin in te krijgen in wat culinaire uitspattingen. Helaas ebde dit effect na twee weken langzaamaan weer weg en intussen zitten we weer op het niveau van stamppotten, pasta en nasi. Maar daar kun je ook prima op leven.

Prima te doen
Sinds een paar maanden ben ik ook weer fulltime aan het werk. Maar vlak voordat ik aan de slag zou gaan, kreeg ik ineens de zenuwen. De puzzel van oppassen en naschoolse activiteiten, de ingewikkelde haal- en brengschema's, het leek onmogelijk ingewikkeld. Het feit dat mijn leven er precies zo uit had gezien voordat we naar Hong Kong waren vertrokken, stelde me maar ten dele gerust.

Na een paar maanden zeg ik: het is inderdaad een hoop geregel, maar (meestal) prima te doen. Om een lang verhaal kort te maken: terugkeren naar Nederland was voor mij veel makkelijker dan vertrekken naar Hong Kong. Mijn nieuwe werk is leuk en geeft me veel voldoening. Ondanks dat ik twee uur minder slaap dan dat ik een half jaar geleden deed, voel ik me fitter dan ooit.

Mijn Hong Kong vriendinnen vragen nog wel eens wat ik mis en dat is eigenlijk weinig. Een paar van de leuke mensen die ik er heb leren kennen, de massages op iedere straathoek en het feit dat je dankzij de hulp in huis 's middags kunt besluiten dat je 's avonds iets leuks wilt gaan doen. Dat is alles.

Expatvrouw
Wat ik eigenlijk al wist voordat we vertrokken, is dat ik niet in de wieg ben gelegd voor expatvrouw. Maar ondanks dat het Hong Kong avontuur voor mij niet alleen maar rozengeur en maneschijn was, kijk ik er toch met een goed gevoel op terug. Ik ben mezelf tegengekomen, maar heb desondanks veel mooie herinneringen aan de afgelopen jaren.

 
 
Tip: Wordfeud
Een belangrijk onderdeel van de gesprekken die expats met elkaar voeren, is het uitwisselen van tips. Nieuwkomers die nog van niets weten, hangen aan de lippen van de mensen die al langer in het land wonen en na verloop van tijd gaan de nieuwkomers zelf ook weer tips doorgeven. Logsich ook, want je weet nog van niets als je net aankomt. Welke dokter zal ik nemen? Waar kunnen we leuk eten met de baby erbij? Waar vind ik damesschoenen in maat 40 en hoeveel zullen we de schoonmaakster per uur betalen? Alles is nieuw en alle informatie is welkom.
In de jaren dat wij in Hong Kong woonden, deed ik daar volop aan mee. Sommige tips kwamen helaas aan de late kant. Zoals die Engelse website, waar je zonder verzendkosten Engelse boeken kunt bestellen (Engelse boeken zijn in Hong Kong namelijk veel duurder dan in Groot Brittannië). www.bookdepository.com.uk  voor de geïnteresseerden.
Maar soms komen tips ook gewoon te laat. Dat was het geval met deze tip en omdat degenen die nog wel in het buitenland wonen er misschien iets aan hebben, besloot ik om er een stukje aan te wijden.
De tip heet: Wordfeud. Wordfeud is een kloon van het bekende Scrabblespel. Het is een ‘app’ die je op je Smartphone kunt installeren (Iphone/Ipad en Android versies beschikbaar).
Het verschil met het klassieke Scrabblespel is dat je het spel digitaal speelt, dat je tegen meerdere spelers tegelijk kunt spelen en dat je 72 uur over een zet mag doen. Waarom dit spel voor expats extra leuk is, is omdat het tijdverschil geen (grote) rol speelt. Als het hier avond is en bij je tegenstander ’s nachts, dan doe jij je zet en zodra je tegenstander wakker is, zal hij wel weer een keer reageren. Wat het ook leuk maakt, is dat er een ‘chatfunctie’ is toegevoegd, waardoor je tijdens het spelen korte berichten kunt uitwisselen. Vooral voor mensen die in het echte leven niet van die bellers of Skypers zijn, een uitkomst. De derde reden is dat Wordfeud een leuke manier is om de Nederlandse taal bij te houden. Voor kinderen, maar ook voor volwassenen.
Zoals ik net schreef, zijn wij net terug. Beide zonen (van 8 en 10) zijn zeer fanatiek aan het ‘Wordfeuden’. Opa, oma, twee tantes en een oom waren de eerste vaste tegenstanders. Als ik de chatberichten die ze uitwisselen lees, zie ik dat ze over het spel praten (‘wat betekent dat woord?’) maar ook over de dagelijkse dingen. Ze hebben dagelijks digitaal contact met opa en oma. Toen we in Hong Kong woonden was het contact veel minder frequent en vooral minder vrijwillig.
Jammer dus, dat de tip net te laat kwam. Hoewel.... toch ook weer niet. Inmiddels zijn de banden met de vrienden in Hong Kong namelijk aangehaald en wordt er druk gescrabbeld en gechat. Met de Nederlandssprekende vrienden in het Nederlands (wat dan weer goed is voor de woordenschatontwikkeling van de kinderen ter plaatse) en met de Engelssprekende vrienden in het Engels, waarmee onze kinderen hun Engels weer een klein beetje oefenen.
Wij van Juffrouw Blom zijn blij met deze nieuwe app. Het is niet DE oplossing om het Nederlands van kinderen die in het buitenland opgroeien bij te houden, maar het is, dankzij het spelelement, zeker een prachtige aanvulling.
 
Een Nederlandse school in het buitenland beginnen
Ongeveer een jaar geleden kregen we een e-mail uit een kleine stad in Portugal van iemand die een Nederlandse School wilde opzetten. ‘We willen heel graag aan de slag met een groep van ongeveer tien kinderen, alleen zijn we op korte termijn niet in staat om een echte NTC-school te worden. Onder meer omdat zich onder de initiatiefnemers geen bevoegde leerkrachten bevinden.’ Of Juffrouw Blom uitkomst kon bieden.
Aanvankelijk dachten we bij Juffrouw Blom van niet. Wij geloven zeer in het concept NTC-scholen en we zagen de software die wij aanbieden vooral als een toevoeging aan datgene wat de NTC-scholen te bieden hebben.
In de tussentijd heeft Juffrouw Blom echter een nieuw product geintroduceerd: Juffrouw Blom Online. Aanvankelijk is dit product ontwikkeld voor NTC-scholen.
 
Hoe Juffrouw Blom Online werkt
Wat scholen die met Juffrouw Blom online willen werken nodig hebben, is een computer of laptop met internetaansluiting en een begeleider (dit kan bijvoorbeeld een onderwijsassistent te zijn). Het werkt als volgt.
1.    De leerling maakt een diagnostische toets.
2.     De software bepaalt o.b.v. de toetsresultaten welk gedeelte van de stof wordt beheerst en welk gedeelte nog niet.
3.    De software genereert een lijst met oefeningen die relevant zijn voor de betreffende leerling.  
4.    De leerling gaat deze oefeningen in de lessen die volgen een voor een afwerken. Zodra het resultaat voldoende is verdwijnt de oefening uit de lijst en kan de leerling door met de volgende oefening. Net zolang totdat voor alle onderdelen van de stof een voldoende is gehaald.
5.    Daarna gaat de leerling verder met de volgende toets (op het volgende niveau).
Ieder kind heeft een eigen logincode, waarmee ook thuis zowel oefeningen als toetsen kunnen worden gemaakt.
 
De pluspunten van Juffrouw Blom online op een rij:
·           Ieder kind krijgt les op zijn/haar eigen niveau. Kinderen van verschillende niveaus kunnen zo toch op dezelfde plaats en dezelfde tijd les krijgen.
·           Ieder kind kan in zijn/haar eigen tempo werken.
·           In de ‘computerklas’ is alleen een begeleider nodig die de leerlingen helpt bij het inloggen en bepalen wanneer ze toe zijn aan de volgende test. De kinderen werken bijna helemaal zelfstandig omdat ook de uitleg door de computer wordt gedaan.
·           Kinderen kunnen desgewenst ook thuis verder werken aan hun opdrachten, omdat ze met de inlogcode die ze hebben ook thuis kunnen inloggen.
·           De software houdt bij wat kinderen hebben gedaan in de les en hoe ze hebben gescoord. Ouders kunnen op eenvoudige wijze worden geinformeerd over de voortgang van hun kinderen.
 
Juffrouw Blom online voor niet-NTC-scholen
Nadat Juffrouw Blom Online was geintroduceerd, dachten we opeens weer aan de Nederlandse mevrouw uit Portugal, die zo graag een Nederlandse school wilde beginnen, maar niet wist hoe. Juffrouw Blom Online is voor dergelijke initiatieven een heel geschikt startpunt. Een werkplek, wifi, voor ieder kind een laptop en je kunt aan de slag. De begeleidende leerkracht hoeft niet bevoegd te zijn, omdat de computer de stof uitlegt en nakijkt. Hij of zij hoeft er alleen voor te zorgen dat kinderen van start kunnen. Wanneer de uitleg die de computer geeft, niet helemaal duidelijk is, kan de begeleider even meekijken en waarschijnlijk komen ze er dan samen wel uit.
Een begeleidende leerkracht moet gemakkelijk 15 of 20 kinderen aankunnen. Als de kinderen erg in leeftijd verschillen, dan is het aan te bevelen om de groep te splitsen en dan zijn er twee begeleidende leerkrachten nodig.
In theorie hoeven de kinderen zelfs helemaal niet fysiek samen te komen, omdat ze ook thuis in kunnen loggen. De ervaring heeft echter geleerd dat een klein beetje sociale druk wat dit soort dingen betreft geen kwaad kan. Het zou mooi zijn als het concept wat breder is dan alleen maar ‘samen achter de computer zitten.’ Stel dat de bijeenkomsten 2 uur duren, dan zou je de tijd als volgt kunnen indelen:
15.00 uur      Kringgesprek (spreekvaardigheid oefenen)
15.20 uur      Juffrouw Blom online Spelling (of taal voor kleuters, of woordkennis etc.)
15.50 uur      Pauze
16.00 uur      Juffrouw Blom online Werkwoordspelling (of een andere module)
16.30 uur      Jeugdjournaal Weekaflevering bekijken (luistervaardigheid en cultuur)
16.45 uur      Discussie over het nieuws van de week (spreekvaardigheid oefenen)
16.55 uur      Spelletje (bijvoorbeeld Galgje)
17.00 uur      Afsluiting

Als je een NTC-school kunt worden, doe dat dan
Als de mogelijkheid er is om een ‘echte’ NTC-school te worden, dan adviseren wij zonder twijfel om daarvoor te kiezen. Stichting NOB biedt uitstekende begeleiding, NTC-scholen mogen CITO-toetsen afnemen, om maar eens een paar belangrijke punten van verschil te noemen. Als het echter om wat voor reden dan ook niet lukt om een NTC-school te worden, dan is Juffrouw Blom Online een alternatief.

De vakken die Juffrouw Blom biedt
Het aantal vakken dat Juffrouw Blom aanbiedt voor het basisonderwijs, is groot. Bijvoorbeeld: woordkennis, spelling, werkwoordspelling, begrijpend lezen, flitswoorden, etc. Welke vakken relevant zijn voor de leerlingen hangt af van de leeftijd en de achtergrond van de leerlingen. Voor de meeste kinderen die in het buitenland opgroeien zijn de vakken spelling, werkwoordspelling en woordkennis het meest lastig en dus het meest relevant. Meer informatie over de verschillende vakken vindt u op :
www.nederlandslereninhetbuitenland.nl
 
Wat zijn de kosten?
De kosten hangen af van het aantal vakken (modules) dat wordt afgenomen. Stel dat een school besluit om spelling (voor groep 3 t/m 8) en werkwoordspelling (voor groep 6 t/m 8) aan te schaffen dan bedragen de kosten per kind ongeveer 13 euro per jaar. Scholen kunnen al deelnemen vanaf vijf leerlingen.

 

Voorkom verlies tweede taal met de Taalbehoud-top-10!

Gepubliceerd op : 5 mei 2011 - 9:00 am | door Ellen Blom ((c) RNW) 
Lees meer over:

Ellen Blom

Ellen Blom
 
 

Ellen Blom, 36 jaar, economie (WO), zelfstandig ondernemer Juffrouw Blom

 

Jonge kinderen die een paar jaar in buitenland wonen, leren de tweede taal meestal snel en gemakkelijk. Helaas verdwijnt deze tweede taal vaak net zo snel als hij gekomen is. Pas vanaf een jaar of 11, 12 blijft de taal behouden, afhankelijk van de mate waarin deze taal onderhouden wordt.

 

Een van de reacties op dit vorige artikel was een beetje kribbig: 'Ja, dat kinderen die tweede taal snel vergeten, weten we wel. Vertel ons liever wat we (hadden) moeten doen om dit te voorkomen. We hebben van alles geprobeerd, van een vaste dag Engels spreken in de week tot video’s, tot voorlezen. Niets hielp. Met vriendelijke groet.'

Op deze vraag gaat dit artikel dieper in. Hoe zorg je ervoor dat de tweede taal niet (helemaal) verloren gaat, na terugkeer in Nederland?’

 

Goede voornemens
Ik woon zelf in Hongkong en ik ken niemand die van plan is om het Engels dat de kinderen hier leren, bij terugkeer te laten voor wat het is. Iedereen is van plan om de taal op de een of andere manier te onderhouden. Toch gebeurt dat vaak niet, of in zeer beperkte mate.

Echt vreemd is dat niet, want zodra je (definitief) terugkeert naar Nederland, wordt het leven voor de meeste mensen een stuk hectischer dan in den vreemde. Bovendien sluiten de internationale school en de Nederlandse school vaak niet naadloos op elkaar aan, waardoor er op school en thuis wat harder moet worden gewerkt. Overigens niet alleen door de kinderen, ook door de ouders.

 

Ervaringen van ex-expats
Het onderzoek naar taalverlies bevatte ook een aantal vragen over taalbehoud en -onderhoud. Esther gaf aan: 'Aanvankelijk zette ik mijn dochter nog wel voor de dvd's die we hadden meegenomen, maar toen ze daar was uitgegroeid, hadden we geen nieuwe meer en raakte de tweede taal steeds meer in de vergetelheid.'

Zo blijkt het vaak te gaan, leerde de respons van andere ouders.

Om maar gelijk te reageren op de buitenlandse dvd's waar veel ouders bij zweren. Het is prima om kinderen anderstalige dvd's te laten kijken, maar verwacht van het resultaat niet te veel. Het helpt al iets als je bij het afspelen van de dvd de anderstalige ondertiteling inschakelt. Ze hóren de woorden dan niet alleen, ze zien ze ook. En hoe meer zintuigen worden aangesproken, hoe beter de taal beklijft.

Toch blijft dit een passieve manier van taal verwerven en verwerken. Ze zullen er allicht iets van opsteken, maar een actievere manier van bezig zijn met taal, levert meer op.

 

Lezen in de tweede taal
Beter dan dvd's kijken, is kinderen (zelf) in de tweede taal laten lezen. Niet alleen omdat daarbij ook woorden letterlijk in beeld komen, vooral ook omdat ze dan actiever met de taal bezig zijn. Door veel te lezen wordt de woordenschat groter én leren kinderen en passant hoe ze woorden schrijven. Er worden steeds meer woordbeelden opgenomen in het langetermijngeheugen. Hoe meer woorden daar opgeslagen zijn, des te vlotter verlopen het lezen en het spellen.

Ex-expats gaven echter aan dat, omdat de taalontwikkeling van de tweede taal niet meer gelijk opgaat met die van het Nederlands, kinderen toch al snel de voorkeur geven aan Nederlandse boeken, omdat ze die boeken gemakkelijker en prettiger vinden.

 

Zelf de tweede taal gaan spreken met de kinderen?
Zelf dan maar Engels (of Frans of Duits, of welke andere taal dan ook) met de kinderen gaan spreken? Dat is een mogelijkheid en in elk geval een actieve vorm van taalgebruik, maar toch zouden we dat niet aanraden. De belangrijkste reden daarvoor is dat het voor kinderen onnatuurlijk voelt om met hun eigen ouders ineens een andere taal te moeten spreken. De kans is dan groot dat ze helemaal geen zin hebben om mee te werken aan deze verandering.

Wat dan wel? Het meest ideaal zou het zijn om de lijn die is ingezet tijdens de buitenlandse jaren, terug in Nederland voort te zetten. Dus: internationaal onderwijs met expliciete aandacht voor de Nederlandse taal ernaast. Voor de meeste mensen is dit geen realistisch scenario. Internationale basisscholen zitten nu eenmaal niet op iedere straathoek en bovendien zijn er weinig ouders die de kosten van internationaal onderwijs zelf kunnen of willen betalen.

 

Native speakers

Tweetalig voortgezet onderwijs komt in Nederland gelukkig wel volop van de grond. Als de kinderen bij terugkeer toe zijn aan de middelbare school, dan zou ik tweetalig onderwijs zeker in overweging nemen. Dat de leraren niet allemaal native speakers zijn is niet zo’n ramp, omdat ex-expatkinderen van een jaar of twaalf al een goede Engelse basis hebben gelegd. Wat bovendien fijn is, is dat in het tweetalig voortgezet onderwijs Nederlands en de moderne talen wel in het Nederlands worden aangeboden, waardoor het goed mogelijk is om zowel Engels als Nederlands op een goed niveau te brengen of te houden.

Een andere - evenmin voor iedereen realistische - optie, is het aanstellen van een Engels sprekende au pair of nanny. Dit is een manier die heel goed kan werken, mits de au pair goed Engels spreekt. Helaas zijn die veel lastiger te vinden dan Filipijnse, Poolse of bijvoorbeeld Braziliaanse dames.

U kunt denken: 'iets is beter dan niets en laat de au pair maar Engels met ze spreken'. Voor kinderen vanaf een jaar of negen, tien, die al een vrij goede basis hebben in het Engels, kan dit inderdaad goed werken. Maar voor jongere kinderen denk ik dat het niet zo'n verstandige keuze is, omdat het Engels dat dan wordt aangeleerd qua accent en qua woordenschat, waarschijnlijk te wensen overlaat. Persoonlijk zou ik er in die situatie nog eerder voor kiezen om de au pair of nanny in haar moedertaal met de kinderen te laten communiceren.

 

Succesverhalen
Irene, een van de ex-expats die ik sprak, was het wél gelukt om de tweede taal bij haar kind 'levend' te houden. Zij had jarenlang Amerikaanse au pairs in huis gehad. Andere succesverhalen kwamen van mensen die gewoon wekelijks een taalles hadden geregeld. Via Marktplaats of officiële taalbedrijven zoals
tera-languages zijn Engelse bijlesleraren of leraressen gemakkelijk te vinden.

Janneke vertelde me: "Ik ontmoette een Britse expatvrouw die het hartstikke leuk vond om wekelijks anderhalf uur met onze kinderen het nieuws van de week door te nemen en andere onderwerpen te bespreken die verder reikten dan koetjes en kalfjes. Zij was blij dat ze werk had en wij waren blij met het resultaat.'

En Jeroen zei dat toen hij, lang geleden, vanuit Zuid-Afrika terugverhuisde naar Nederland, regelmatig weekendjes bij zijn oom met aangetrouwde Britse tante ging logeren. Vooral voor de gezelligheid, maar dat die tante alleen maar Engels tegen hem sprak, was wel mooi meegenomen.

Die weekenden waren genoeg om zijn Engels op peil te houden. 'Zo'n tante moet je dan wel hebben', voegde hij eraan toe.

Deze voorbeelden laten zien dat als de basis eenmaal is gelegd, er dan voor het onderhoud niet zo extreem veel inspanning meer nodig is (maar wel discipline, dat is wat anders).

 

Mijn eigen plan
Wij keren op een dag ook terug naar Nederland met zonen van tien, acht en één jaar. Mijn plan is om een naschoolse oppas te zoeken voor een paar dagen in de week, die Engels als moedertaal heeft. Ik denk en hoop dat we op die manier twee vliegen in een klap slaan: oppas en Engels.

Het risico bestaat dat de oudste kinderen vooral praktische gesprekken voeren over of ze iets mogen drinken of eten en melden waar ze gaan spelen. Het is dus zaak om iemand te vinden die ook echt dingen met ze gaan doen, of nog idealer, gesprekken voert die ergens over gaan, zodat de woordenschat op zijn minst enigszins in tact blijft. Uit ervaring weet ik dat er in de grote steden volop Britse/Amerikaanse/Australische dames en heren zijn, die op zoek zijn naar (bij-)banen. We zullen zien hoe dit afloopt. Mocht dit niet werken, dan ga ik op zoek naar een taalonderwijzer(-es).

Wat ik daarmaast vermoed, en ook hoop, is dat het dankzij Facebook en Skype voor onze kinderen gemakkelijk zal zijn om contact te onderhouden met de internationale vrienden die ze in hun Hong Kong-jaren hebben leren kennen. Titia (ex-expatkind) zei hierover: 'Facebook is voor mij een leuke manier om de taal levend te houden. Het nadeel is wel dat mijn vrienden uit de Dominicaanse Republiek fonetisch Spaans schrijven. Dat ziet er wel cool uit, maar een fatsoenlijke brief moet je mij maar niet meer laten schrijven.'

 

Conclusie
Bij wijze van samenvatting/conclusie heb ik een 'taalbehoud-top- 10' opgesteld. Niet voor iedereen zullen alle mogelijkheden even realistisch en haalbaar zijn, maar ik weet zeker dat als je wilt dat de tweede taal behouden blijft, er voor ieder gezin en voor iedere situatie een manier te vinden is om het voor elkaar te krijgen.

 

Taalbehoud-top-10

  1. Internationale school (voor basisschoolleerlingen)
  2. Tweetalig voortgezet onderwijs (voor tieners)
  3. Een (native speaking) au-pair of nanny
  4. Wekelijks een uur of twee uur taalles (conversatie over niet-alledaagse onderwerpen, maar ook aandacht voor spelling)
  5. Kinderopvang of naschoolse opvang door een native speaker
  6. Onderhouden van banden met native speaking vrienden in Nederland of in het buitenland
  7. Op zoek gaan naar expats in je eigen omgeving. Vooral contact met andere kinderen kan waardevol zijn bij het op een ongedwongen manier levend houden van de vreemde taal
  8. Veel skypen met buitenlandse vrienden en vriendinnen
  9. Kinderen laten lezen in de tweede taal
  10. Als het bovenstaande allemaal niet lukt, kun je altijd nog dvd's (in de tweede taal en met anderstalige ondertiteling) in de dvd-speler doen.

Succes!

 

Kinderen en de Nederlandse taal bij terugkeer naar Nederland.
8 mei 2011 Gepubliceerd op www.ikkeerterug.nl 
 
Nederlanders in het buitenland zijn voor wat betreft het Nederlandse taalonderwijs aan hun kinderen, in te delen in drie categorieën:
‘Het komt wel goed.’ Deze ouders doen weinig of niets om het Nederlands van hun kinderen op peil te houden en tolereren het als kinderen onderling geen Nederlands meer spreken. De gedachte is: mijn kinderen hebben het Engels (of een andere taal) ook heel snel opgepikt, dus met het Nederlands zal het bij terugkeer ook wel goedkomen.
‘Bijhouden: kleine moeite, groot plezier.’ Niet zelden zijn dit ook de ouders die een actieve rol spelen bij de Nederlandse NTC-school in hun woonplaats. Dit zijn de ouders die consequent Nederlands spreken met hun kinderen en de huishoudens waarin er een verbod rust op het onderling Engels* spreken in plaats van Nederlands. Deze ouders laten hun kinderen ook vrijwel dagelijks Nederlandse boeken lezen en oefenen regelmatig met spelling en grammatica.
‘We doen ons best, meer kunnen we niet doen.’ Dit is de categorie die precies tussen de eerste en de tweede groep in zit. Deze ouders spreken zelf (bewust) Nederlands met hun kinderen en laten, als die mogelijkheid er is, hun kinderen naar de lokale Nederlandse school gaan.  Deze ouders vinden ook dat de (internationale) dagschool al veel vergt van de kinderen en dat de aandacht voor het Nederlands ook weer niet moet worden overdreven.
Het zal u niet verrassen dat de tweede categorie er, zodra het gezin definitief terugkeert naar Nederland, voor wat betreft taal, probleemloos verder gaat in het Nederlandse onderwijssysteem. En wij vinden ook dat de moeite die je er als ouder in moet stoppen, best meevalt. Met een uur of twee spelling en lezen in de week, kom je al een heel eind (en gelukkig is er software op de markt, die het voor u als ouder nauwelijks inspannend maakt).
Lezen is goed voor de ontwikkeling van de woordenschat, en voor wat betreft spelling is het vooral goed om aandacht te besteden aan de zaken die duidelijk anders zijn in het Nederlands in vergelijking met de taal die op de dagschool wordt gesproken. Kinderen die naar een Engelse school gaan, hebben bijvoorbeeld vaak moeite met klanken als eu, ui etc.
Wij spreken beroepsmatig veel Nederlandse expats én ex-expats. Als u ons, mede op basis van de ervaringen van expats en ex-expats,  zou vragen wat nu wijsheid is, dan is ons advies: ‘laat de hoeveelheid inspanning die u in het Nederlands stopt, afhangen van de terugkeerleeftijd van de kinderen. Wanneer een kind bij terugkeer niet ouder is dan zeven à acht jaar, dan hoeft u zich niet al te druk te maken. Bij terugkomst in Nederland zal het in het begin even lastig zijn, maar de achterstand zal snel genoeg zijn ingelopen. Dat geldt ook voor de gesproken taal. Zodra de kinderen vrijwel alleen nog maar Nederlands om zich heen horen, is het eventuele buitenlandse accent dat ze hebben opgelopen, snel genoeg weer verdwenen.
Echter, hoe ouder de kinderen zijn bij terugkeer, hoe lastiger het wordt om de Nederlandse taal snel op te pakken.  Wanneer kinderen een jaar of twaalf zijn bij terugkeer, dan is het echt een klus om de achterstand op het gebied van woordkennis, spelling en grammatica in te halen. En dat is jammer, omdat dat ook het moment is waarop kinderen vreemde talen gaan leren, waarvoor degelijke kennis van het Nederlands onontbeerlijk is. Een kind van twaalf, dat niet naar de Nederlandse basisschool is geweest en mondjesmaat met Nederlands is bezig geweest, loopt heus geen zes jaar achter, maar zal wel serieuze moeite hebben met de taalvakken. Bovendien is het vanaf een jaar of twaalf moeilijk om het eventueel aanwezige buitenlandse accent nog kwijt te raken.
Ideaal gesproken beginnen Nederlandse expatouders dus met ‘Nederlandse taallessen’ vanaf het moment dat de kinderen een jaar of zeven, acht zijn. De basis van de tweede taal is dan vaak al gelegd en dat is mooi, want dat is minder verwarrend. Zoals gezegd is een uur of twee per week bij de meeste kinderen voldoende om behoorlijk resultaat te boeken. Als er een NTC-school is in de woonplaats, dan zouden we daar zeker gebruik van maken, eventueel aangevuld met andere vormen van Nederlands taalonderwijs.
Ondanks goede voornemens, lukt het niet elk gezin om bovenstaande inspanning ook werkelijk te leveren. Wekelijks spreken we ouders die op het punt staan om definitief terug te keren naar Nederland en vol spijt bekennen dat het ‘niet helemaal is gelukt’ met het Nederlands. Gelukkig zijn er volop mogelijkheden om in korte tijd grote stappen te zetten, alleen zal de inspanning dan wat groter zijn.
*of een andere taal.
Hoe voorkom je verlies van de tweede taal bij je kind?
Gepubliceerd op : 24 maart 2011 - 2:12 pm | door Ellen Blom ((c) RNW)
Lees meer over:
Ellen Blom is een van de mensen achter Juffrouwblom.com. Juffrouw Blom is een 'digitale taaljuf.' Het bedrijf ontwikkelt en verkoopt software om Nederlands mee te leren. Een groot gedeelte van de klanten woont (tijdelijk) in het buitenland en gebruikt de computerprogramma's om kinderen bij te laten blijven met Nederlands.
Meer informatie op: www.juffrouwblom.com. (nu ook beschikbaar voor Mac-gebruikers).
De meeste kinderen die naar het buitenland verhuizen, pikken de nieuwe taal snel en gemakkelijk op. Helaas blijkt soms dat na terugkeer naar Nederland de tweede taal weer net zo gemakkelijk verdwijnt als hij verworven is.

In dit artikel gaan we in op de vraag hoe dat kan. We hebben hiervoor gebruik gemaakt van beschikbare literatuur en via e-mail en internet de ervaringen van 30 ex-expats verzameld.
Het aanleren van een vreemde taal
In de literatuur is er weinig discussie over dat het voor jonge kinderen gemakkelijker is om een tweede taal te leren dan voor oudere kinderen. Het keerpunt ligt rondom het begin van de puberteit. Bij kinderen tot een jaar of 12 verloopt het aanleren van de tweede taal spelenderwijs en gaat het vaak snel. Dit zou samenhangen met de flexibliteit van de hersenen en het spraakorgaan. Na de puberteit is het nog steeds heel goed mogelijk om een tweede taal te leren, al is dat doorgaans niet meer op het niveau van de moedertaal. Ook spreken mensen die op latere leeftijd een andere taal leren, de tweede taal vrijwel nooit accentloos.
Dit beeld wordt bevestigd door de ex-expats die we spraken. Barbara zegt bijvoorbeeld: 'Toen wij naar Australië verhuisden was de oudste 14, en de jongste 8. Bij de oudste verliep het aanleren van het Engels moeizamer dan bij de jongste. Ook was het een verschil dat de oudste taal- en grammaticaregels nodig had, terwijl het voor de jongste genoeg was om de hele dag Engels om zich heen te horen. Het leek wel of hij kopieerde wat hij hoorde en het vervolgens ging gebruiken. De jongste klonk al snel als een echte Australiër, terwijl je bij de oudste altijd een klein beetje bleef horen dat hij niet in Australië geboren was.
Janneke woonde met haar kinderen in Shanghai. Haar tweeling was 4 toen ze verhuisden. Ze zegt: 'Ze spraken in no time Engels, en wat me opviel, was dat ze ook woorden gebruikten waarvan ik bijna zeker wist dat ze de betekenis ervan niet goed kenden. Blijkbaar is het spreken van een tweede taal iets anders dan hem ook begrijpen.'
Het verloren gaan van de tweede taal
Helaas is het zo dat kinderen een aangeleerde tweede taal ook snel weer vergeten. De mensen die we spraken die in Nederland terugkwamen toen de kinderen nog kleuters waren (jonger dan een jaar of 6), zeggen vrijwel allemaal dat er weinig van de vreemde taal is blijven hangen, en voegen daar dan vaak aan toe dat ze dat jammer vinden, dat ze aanvankelijk nog probeerden om de taal 'erin' te houden, maar dat dat uiteindelijk niet is gelukt.
Bij kinderen die naar Nederland terugkeren als ze ouder dan een jaar of 12 zijn, is er niet of nauwelijks sprake van taalverlies. Peter keerde als kind van 13 terug uit Indonesië, waar hij een Amerikaanse school bezocht. Zijn Engels is perfect gebleven. Hij zegt: 'Ik heb meer moeite met Nederlands.'
 
Brigitte, moeder van 2 meisjes, zegt: 'Wij keerden terug naar Nederland toen de kinderen 8 en 10 waren. Ze spraken prachtig Engels. Bij de oudste is een paar jaar later nog veel over van de taal. Wat daarbij ook hielp, is dat ze op school vanaf groep 7 Engelse les kreeg. Bij de jongste is er helaas veel verloren gegaan. Haar Engels klinkt nog steeds wel mooi, maar van de woordenschat is nog maar weinig over.'
Hersenpan
Luisterend naar de verhalen van de ex-expats, lijkt het erop dat vanaf dat kinderen een jaar of 7 zijn, er steeds meer 'blijft hangen' van de tweede taal. Noortje, nu volwassen, woonde van haar 3de tot haar 7de in Luxemburg. Ze leerde daar 'Letzenburgisch.' De taal heeft ze later nooit meer gehoord of gesproken. Ze zegt nu: 'Spreken lukt niet meer, maar ik versta het nog aardig.'
 
Robert woonde tot zijn 7de in Japan waar hij vloeiend Japans leerde spreken. Toen hij met zijn ouders naar Singapore verhuisde, sprak hij de taal nooit meer. Als volwassene volgde hij lessen Japans, vanwege een baan in Japan. Het bleek voor hem vrij gemakkelijk om de taal op te pakken. ‘Ik had het gevoel dat